Uit hoofdstuk 10: Dikbuiken

Als de tosti’s op zijn, blijven we nog even zitten. Dikbuiken,
noemt Hom het. Lars zegt dat ze bij hem thuis ook een eigen woord hebben: Pietjenen. ‘Voor als iemand als een
“Pietje precies” aan het opruimen is,’ legt hij uit.

Grappig, zulke familiewoorden. Je kunt ze raden maar je kan
het niet bedenken. Fornuinig, zeggen wij thuis. ‘Gezellig, als mama koekjes bakt bij het fornuis of zo. Opa en oma zeggen het ook.’

Sam denkt na: Kek, is dat een familiewoord?’
Kelly springt op: ‘Nee joh, dat zeggen ze in Amsterdam ook!’
Ze maakt een radslag.
Hom voelt een licht briesje: ‘Meisje, wat wapper je toch?’

( pagina 84 )

tshirt